Middenspel

T PLAN EN DE EVALUATIE

Om een hoger niveau te kunnen bereiken moet de schaakspeler in staat zijn om een partij te spelen met een gebalanceerd plan. Maar wat is een plan in de schaakpartij? Wat is het gebalanceerde ervan? Een plan wordt opgezet met strategische elementen, die elkaar opvolgen en die elk in overeenstemming zijn met de eisen van de positie op het bord. Om een plan te maken moet men de stelling analyseren en evalueren!

ANALYSE – EVALUATIE – PLAN   

Om een positie te evalueren is het eerst en vooral nodig om een kwantitatieve en kwalitatieve analyse te maken van de stelling. De kwantitatieve analyse is erg gemakkelijk. Men moet slechts de beschikbare stukken en pionnen van elke kant optellen. De kwalitatieve analyse is moeilijker, omdat een positie moet ontrafelt worden naar bepaalde elementen. Deze elementen zijn bv. de structuur van de pionnen (vooral in het centrum), open lijnen, beweeglijkheid van de stukken, sterke velden, koningsveiligheid en nog veel meer.

Wanneer men een plan maakt moet dit niet alleen afgeleid worden uit de berekeningen van de analyse. Maar er moet ook rekening gehouden worden met de eigen speelstijl en enkele factoren van psychologische aard (zoals karakter, de gemoedstoestand en de noodzakelijkheid om te moeten winnen). Dit is zeker belangrijk wanneer men de keuze heeft tussen diverse plannen met gelijkwaardige kansen.

In het volgende voorbeeld heeft wit enkele diverse plannen beschikbaar, die alle drie bijna gelijkwaardig zijn:

1. Een direct offensief op de damevleugel starten met de zetten b2-b4/Dc2-b3 en a2-a4

2. Wit kan trachten een verzwakking te scheppen op de zwarte koningsstelling, door zwart g6 te laten spelen. Wit wil na Pf3-h4 naar f5 gaan en verder druk zetten met d2 en de opmars f2-f4

3. Wit kan de spanning in het centrum versterken met zetten als Td2/Ted1 verdubbeling op de d-lijn en nadien d4xe5: en g2-h3

Al deze plannen zijn heel logisch en consequent. Daarom moet de schaakspeler het plan uitkiezen dat het best bij zijn eigen stijl en temperament past. Een tacticus of een aanvaller kiest het best voor het plan 1. Een strateeg kiest voor plan 2 en een pure positiespeler kiest voor het plan 3.

Plan 1

Plan 2

Plan 3

De 3 posities zijn met de hulp van een “chess-engine” verder bewerkt en deze analyse komt in een PDF versie voor verdere studie van deze materie.

POSITIONEEL OORDEEL

Garry Kasparov (de 13é wereldkampioen) is hier de leermeester:

In bijna iedere schaakpartij komt men voor het probleem te staan om een nuchtere positionele evaluatie te maken van de stelling. De kennis en het begrip van de schaakspeler om dit probleem goed op te lossen geeft zijn speelniveau aan. Aspiranten denken in zulke stellingen meestal alleen maar aan materiaal veroveren en dus tactisch aanvalsspel. Maar hun bloeddorstigheid zorgt ervoor dat ze elementaire regels totaal in de wind slaan. Regels van het positiespel, die zeer belangrijk zijn om de ware zin van de strijd aan te voelen. Wat is er in werkelijkheid gaande op het schaakbord? De stelling juist beoordelen en een gericht en correct plan ontwerpen, zijn een noodzaak in de overgangsfase van opening naar het middenspel.”

1.Le3-g5! Een sterke zet, om na Lf6: het witte Paard op d5 te posteren. Met als kenmerken: Pd5 is een “voorpost” en een “Sterk veld bezetten”.

1…Ta8-c8 2.Lg5xf6 Le7xf6 3.Pc3-d5

We zijn maar enkele zetten verder gegaan, maar de witte positie is opmerkelijk beter geworden! Het sterke witte paard op het veld d5 steunt een opkomende aanval op de koningsvleugel met een opmars van de vleugelpionnen. Een ruiltransactie zoals deze van Loper tegen Paard om een sterk veld te bezetten is een thema om goed te onthouden! Dit kan voor heel wat positionele opgaven van groot nut zijn.

3…Lf6-h4 4.g2-g3 Lh4-g5  5.h2-h4 Lg5-f6 6.g3-g4

(ook 6.Pd5xf6 is een mogelijkheid in deze positie) 6…Td8-d7 7.Td1-g1 Lf6-d8 8.g4-g5 Tc8-c6 9.b3-b4 Da5-a4 10.b2-b3 Da4-a3 11.b4-b5 Tc6-c5 12.Pd5xf6+ g7xf6? is een fout

Zwart kan beter 12…Lf6: spelen en dan 13.gf6: g6 (of 13..Tdc7 14.Tg7:+ Kf8 15.Dg2 Ke8 16.Dg4!) 14.De3

13.g5xf6: Kg8-f8 en nu is de tijd rijp voor….

14.Tg1-g8+ Kf8xg8 15.De2-g2+ Kg8-f8 16.Dg2-g7+ Kf8-e8 17.Dg7-g8 mat

DE KARPOV METHODE

Anatoly Karpov (12é wereldkampioen) heeft zijn eigen methode om een stelling te evalueren en het plan af te leiden. Hij gebruikt zeven criteria:

  1. Materiële verhouding
  2. Dreigingen
  3. Veiligheid van de Koning
  4. Open lijnen + diagonalen
  5. Structuur van de pionnen
  6. Centrum en ruimte
  7. Positie van de stukken

                     Wit aan zet

Punt 1 Is niet moeilijk te beoordelen, omdat de materiële verhouding totaal gelijk is.

Punt 2 Eveneens gemakkelijk omdat er geen dreigingen van beide kanten zijn.

Punt 3 Is een zeer belangrijk gegeven: De veiligheid van de Koning, die is voor wit redelijk goed, al staat de diagonaal a7/g1 open. Altijd opletten, ook al staat de eigen loper hierop. De zwarte Koning staat op de diagonaal a2/g8 en voelt de druk van de witte dame.

Punt 4: Er is maar een open lijn op het bord en deze is geneutraliseerd door beide kanten. Alhoewel wit zijn torens eerst kan verdubbelen… Van groot belang is echter ook de f-lijn (half/open) en die is onder witte controle. Zwart kan de b-lijn onder controle houden, deze is ook een semi-open lijn.

Punt 5: De witte pionnen staan beter dan de zwarte structuur, alhoewel wit een zwakke c-pion heeft en een geïsoleerde centrumpion. De witte c-pion kan niet oprukken vanwege de positie van het witte paard. De zwarte pion op f7 is een achtergebleven pion en staat onder druk en in de penning. De pion c6 is geïsoleerd en staat aangevallen en de randpion op a5 is ook vrij labiel. Onder dit punt moeten we ook het kenmerk van sterke/zwakke velden behandelen. Wit heeft enkele zwakke velden van de donkere kleur op de koningsvleugel, maar ook zwart heeft deze zwakheden op de donkere velden.

Punt 6: Het centrum is gefixeerd en qua ruimte is het moeilijk te zeggen wie er beter is op dit gebied.

Punt 7 Dit is het laatste punt, maar niet minder belangrijk dan de andere. De witte dame staat erg actief opgesteld, maar ze staat in een positie waarin een “vork” mogelijk is als het zwarte paard op e3 komt. Opletten dus… Moest er een zwarte loper van de lichte kleur op het bord staan is er ook een lastige x-straal aanwezig. Gelukkig is deze afgeruild en dus van geen belang. De andere witte toren staat onder druk van de zwarte toren op d8 en alleen de witte loper op e3 geeft bescherming. Opletten dus met dit laatste stuk dus! Het laatste stuk om te beoordelen is het witte paard en dit staat offensief niet goed opgesteld. Voorwaarts kan dit stuk niet gaan en dus alleen de velden b1/d1 en e2 zijn beschikbaar. Al vermeld is dat de pion c2 geblokkeerd is door het paard. De zwarte stukken dan… De dame heeft controle vanaf e7 naar belangrijke diagonalen a3/f8 en h4/d8, dat kan van groot belang zijn. De toren op a8 is niet erg actief en de andere toren lonkt naar de witte toren, ruil van wit is met schaak en ook niet onbelangrijk. De zwarte loper voelt zich goed op h4 en hetzelfde kan gezegd worden van het paard op b4.

Deze evaluatie de positie is in feite niet moeilijk en kan door elke schaakspeler met een beetje ervaring gemaakt worden. Alle aandachtpunten lijken normaal en vrij gemakkelijk te detecteren. Maar niettemin een absolute “must” om ze te overlopen. De analyse van deze positie laat ons toe om de verborgen geheimen en bijzonderheden te ontdekken en het goede plan te maken. Het moeilijkste is nu om concrete zetten in deze planning in te passen. Een positioneel plan is om de torens te verdubbelen, een ander plan is om Lc5 te spelen en de zwarte dame aanvallen. Maar we weten dat de meeste problemen worden veroorzaakt door het witte paard op c3, dus….

Karpov speelt Pc3-b1! Het idee achter deze zet is niet zo moeilijk om te vinden. De zet opent het pad voor de c-pion om het zwarte paard te verjagen en de zwakke zwarte c-pion aan te vallen. Bovendien plant dit witte paard een odyssee langs de velden d2/f3 of d2/b3 en c5 (of ook c4 kan). Vanuit die diverse posten zal het meer invloed hebben dan vanaf het veld c3.

CAPABLANCA’S ELEGANTIE

José Raul Capablanca (1888-1942) is de derde wereldkampioen uit de schaakgeschiedenis en waarschijnlijk de meest elegante speler van allemaal. Met een verfijnde techniek en grandioos positiespel is hij een ideale leermeester voor het middenspel te bestuderen.

Om te kunnen winnen in het schaken moeten we onze stukken goed gebruiken, vrij evident natuurlijk. De ontwikkeling in de openingsfase speelt hierbij een belangrijke rol. Maar wat moet er gebeuren als onze opponent een achterstand heeft in ontwikkeling, of zijn stukken minder mobiel zijn dan de onze?

Zwart aan zet in de partij Nimzowitsch-Capablanca, New York 1927. De boven vernoemde kenmerken zijn duidelijk aanwezig voor de witte kant. De witte loper is zelfs nog niet naar buiten gekomen, de witte toren op b1 heeft een zetje opzij gespeeld en dat geldt ook voor de andere witte toren. De witte dame is er nog het best aan toe, maar ook niet meer dan dat. Het materiële is evenwel totaal in evenwicht en echte zwakheden zijn er niet in de witte positie. Achterstand in ontwikkeling kan worden ingehaald, wit moet zijn loper opspelen en zijn torens op een open lijn zetten. Dat kan door middel van b2-b4 (met tempo op Lc5) te spelen en nadien met Lb2 ook nog een tempo te winnen (aanval op de zwarte dame). Ook het manoeuvre Ld2 en dan Lc3 kan een tempo winnen. Dat is dus wit zijn taak, hoe zit het met zwart?

Zwart is duidelijk beter, de torens staan perfect op de open lijnen en een actieve loper erbij. Ook de zwarte Dame staat mooi in het spel, dus wat is hier het plan? De torens verdubbelen op een open lijn is een thematisch plan. Maar wat met de witte achterstand in ontwikkeling? Kunnen we verhinderen dat wit er bovenop komt met enkele tempo zetten? Wat is het zwarte plan? Laten we een van de beste positiespelers zijn gang gaan.

1…Df6-e5! Dit lijkt op het eerste gezicht een stomme zet, niet? Ja, maar tracht deze zet volledig te doorgronden, het zwarte plan is uitstekend! Na bv. b4 van wit speelt zwart de loper naar d6 en een onprettig vooruitzicht voor wit is het gevolg. Om dit te verhinderen moet wit zijn positie verzwakken, hoe dan ook. Als dat met middel van f4 is dan ontstaat er een zwakte op het veld e4. Als er g3 volgt is het minder erg, maar toch met een kleine verzwakking. Het witte idee met Ld2 is ook niet efficiënt…Ld6 en nadien valt de zwarte toren op c2 binnen. De witte positie wordt een nachtmerrie. Plotseling zijn alle witte plannen die de problemen zouden oplossen, niet meer zo aantrekkelijk. Ook de zet 2.e4 brengt geen soelaas voor wit, dus…. 2.g2-g3.

Wat gaat Capablanca nu doen? Denk er eerst zelf eens over na…

2…De5-d5! Wat is de bedoeling van deze zet? Juist …. dit stop de zet Ld2, maar is dit genoeg? Het antwoord is neen! Wit kan nu zijn e-pion opspelen en de loper op de andere diagonaal posteren, of toch met b4 werken de loper op die diagonaal zetten. Zodoende moet Capablanca toestaan dat wit zich verder kan ontwikkelen, maar dit was toch niet te verhinderen. De zwarte stukken staan evenwel zo actief geplaatst, dat wit het nog knap lastig krijgt. Bijvoorbeeld als wit nu e4 speelt, gaat de zwarte dame naar het veld b3 en fixeert de witte pionnen op die vleugel (ook Tc2 is dan mogelijk).

3.b2-b4 Lc5-f8 De zwarte loper neemt nu een eerder defensieve rol op zich en wil de zwarte torens niet in de weg staan en wit speelt meteen 4.Lc1-b2

Zo dat staat netjes. Wat is nu de bedoeling van dat hele zwarte plan? Geen gemakkelijke vraag als je Capablanca zijn strategie niet snapt. De Cubaan wil het sterkste veld voor zijn dame beschikbaar maken….

4…Dd5-a2! Het plan? Simpel, alle witte stukken zijn gebonden! De witte loper kan niet weggaan vanwege de pion a3 en de witte torens moeten omzichtig bewegen en verder met dreigingen als a5 moet wit ook rekening houden. 5.Tb1-a1 Da2-b3 6.Lb2-d4 Tc8-c2 7.De2-a6 e6-e5! 8.Ld4xe5 Td8-d2 9.Da6-b7 Td2xf2 10.g3-g4 Db3-e6 11.Le5-g3 Tf2xh2!!

12.Db7-f3 Th2-g2+ 13.Df3xg2 Tc2xg2+ 14.Kg1xg2 De6xg4 15.Ta1-d1 h7-h5 16.Td1-d4 Dg4-g5 17.Kg2-h2 a7-a5 18.Te1-e2 a5xb4 19.a3xb4 Lf8-e7 20.Td4-e4 Le7-f6 21.Te2-f2 Dg5-d5 22.Te4-e8+ Kg8-h7 Opgave wit.