Tactiek

TACTIEK

Tactiek in het schaakspel is het contact tussen het materiaal (zowel de pionnen als de stukken). Met een scherp tactisch inzicht zie je veel combinaties op het bord en zo kan je materiaal veroveren en een partij winnen. Een combinatie is een geforceerde manoeuvre van zetten waarbij diverse stukken samenwerken. Simpele combinaties bestaan uit twee zetten, maar moeilijke combinaties kunnen uit veel meer zetten bestaan. Tactiek is “de kern van het schaakspel” en bestaat voornamelijk uit schaakzetten, een stuk afruilen en dreigingen zoals een vork of een penning. De befaamde tacticus Adolf Anderssen (1818-1879) drukte het gegeven als volgt uit: “De combinaties zijn verborgen onder een dunnen deken“.

OEFENINGEN

Met de groene pijl gaat men naar de volgende tactische opgave, het vraagteken bevat een hint. Om moeilijkere opgaven te trainen en een ELO rating te bekomen klikt men rechts op “Embed

 


De volgende tactische oefeningen zijn voorzien van constructief commentaar, de oplossingen zijn eerder moeilijk (stap 7 laat ons zeggen).

Opgave 1

Zwart aan zet

We voeren de zwarte stukken aan en natuurlijk zijn we gelukkig: We staan de kwaliteit voor en hebben 2 extra pionnen, geen enkele reden om niet gelukkig te zijn. Wit schijnt bovendien niet veel tegenspel te hebben. Maar tijd om te relaxen hebben we ook niet, er zijn immers Dames op het bord. Allerlei zaken kunnen dan gebeuren, zoals eeuwig schaak (De7+ is al vervelend). Wat moeten we dan wel doen? Er zijn twee diverse methoden om deze positie aan te pakken. De pion g5 slaan en het veld e7 onder controle houden en onze Koning naar veiliger oorden te loodsen  (bv. naar de d-lijn of de b-lijn te brengen). Het zal nog wat tijd vragen om wit tot opgave te dwingen, maar de methode is wel correct. Een andere manier is een geforceerde winst zoeken (tactiek)! Dat lijkt een zeer goed idee, maar een geforceerde winstmethode is ofwel schaakmat zetten of de Dames er af te ruilen. Hoe moeten we dit doen?

Opgave 2

Een opgave van luchtigere kwaliteit.

Wit aan zet

De renaissance is een periode in de Europese geschiedenis die ook  het schaakspel veranderde . De Spanaard Ramirez Lucena (1465-1530) brengt zijn schaakboek uit: “Repetition de Ajedrez” in 1497. Buiten openingsvarianten en eindspelstudie bevat het boek ook tactische opgaven. Bovenstaande diagram is er een van. Wat speelt wit?

Opgave 3

Wit aan zet

Alle lichte stukken zijn afgeruild, wat niet kan gezegd worden van de pionnen of de zware stukken. Als er 3 pionnen zijn afgeruild wil dat zeggen dat er 3 open lijnen beschikbaar zijn (in de opgave twee half/open lijnen en een volledig open lijn). Zwart bezit de open lijn en men zou kunnen concluderen dat dit een voordeel is. Misschien een groot voordeel, omdat ook de half/open g-lijn sterk bezet is door een zwarte Dame+Toren. De zwakke witte e4-pion en vooral de g3-pion versterkt nog die indruk. Zelfs de zwarte Koning lijkt veiliger te staan dan de witte Koning. Hoe moeten we dan de positie beoordelen voor wit? Alles wat hierboven werd vermeld schijnt waar te zijn. Dus Tb1-g1 overwegen en de pion verdedigen? Laten we eerst en vooral denken aan de zwakheden die zwart heeft in deze positie. Er is immers nog een derde (half) open-lijn: de b-lijn! De zwakke zwarte b-pion valt meteen in het oog. Redenen genoeg om een aanval te overwegen.

Opgave 4

Zwart aan zet

Fischer met zwart aan zet tegen Byrne (New York, 1963). Wie staat er beter in deze positie? Als het over materiaal gaat is dit wel duidelijk, wit staat een vol stuk voor. Zwart heeft slechts een pion extra als compensatie. Waarom dan de vraag wie er beter staat? De factoren die in het voordeel van zwart zijn moeten we beoordelen: Zwart heeft het loperpaar en een veilige koningsstelling. Twee belangrijke factoren om te evalueren. Waarschijnlijk de reden waarom zwart een stuk heeft geïnvesteerd. De witte Koning staat serieus in de tocht en met een vijandelijk loperpaar aan de andere kant, voorwaar geen prettig vooruitzicht. Alhoewel er diverse stukken in de buurt zijn en desnoods bescherming kunnen bieden. Een stuk is een stuk en als wit de aanval kan afslaan is de uitkomst duidelijk. Een schaakzet onderzoeken lijkt het eerste gebod (Df6+ en La6+), maar misschien moet het wel subtieler.

Opgave 5

Wit aan zet

Hoe denkt een Grootmeester in deze positie? Eerst en vooral de stelling evalueren alvorens te beginnen rekenen. Niet evident in deze positie, omdat er zoveel stukken “instaan” is het verleidelijk om meteen varianten beginnen te berekenen. Wat brengt de analyse dan op? Wit heeft een pluspion, maar de Lopers zijn van een tegengestelde kleur van de velden. Een eindspel ingaan geeft dan geringe kansen op winst, zodat de beslissing best nu wordt geforceerd. De zwarte Koning zijn positie trekt evenwel veel aandacht. Zodat de interactie van de stukken op de zwarte helft van het bord moet onderzocht worden. De witte Loper op h6 speelt hierbij een belangrijke rol, alhoewel dit stuk kan worden ingesloten door een zet als g5. De invloed die de loper heeft op het veld f8 geeft bepaalde matpatronen aan. Een lichtje gaat dan branden: Een schaak op de 8é rij! Maar wederom niet beginnen met te rekenen, eerst de positie volledig doorgronden. Zoals enkele vitale kenmerken: De witte Dame staat aangevallen door de zwarte Dame, de zwarte Toren op f7 is gepend en de andere zwarte Toren bedreigt de witte Toren helemaal niet. Als laatste valt op dat de zwarte Loper het vel a8 bestrijkt, wat belangrijk is. Oké dat weten we dan allemaal weer en is het dus tijd om de zetten die eerst in aanmerking komen op te sporen: Tc7 – Dc8: – Df7: zijn de eerste die in aanmerking komen. Maar werken ze wel?